Meniscus

meniscus fysio sintmichielsgestelInfo
Een knie heeft een binnen- en buitenmeniscus. Een meniscus is een schijfje van soepel kraakbeen in de vorm van een halve maan. De binnen- en buitenmeniscus zorgen voor:

  • het opvangen van de drukbelasting in de knie
  • stabiliteit van de knie
  • voeding van het gewrichtskraakbeen
  • smering van de knie

Symptomen
Meniscusletsel kan gepaard gaan met pijn en zwelling van de knie. Vaak wordt de pijn gevoeld aan de binnen of buitenzijde van de knie. Ook kan het aanvoelen alsof de knie ‘op slot’ slaat bij bepaalde bewegingen. Het komt vaak voor dat de knie niet volledig kan buigen of strekken en hurken pijnlijk is.

Oorzaak
Als je knie een krachtige draaibeweging maakt, kan er opeens een meniscusletsel ontstaan. Als je voet met je onderbeen dan te ver naar buiten draait ten opzichte van het bovenbeen, wordt doorgaans de binnenmeniscus beschadigd. Draait je onderbeen te ver naar binnen, dan kan de buitenmeniscus beschadigd raken. De binnenmeniscus raakt veel vaker beschadigd, omdat deze stevig vast zit aan het gewrichtskapsel. Hierdoor geeft de meniscus veel minder mee als er onverwacht grote kracht op uitgeoefend wordt. Bij een verstuiking van de knie met letsel van het bandapparaat kan soms ook een meniscus beschadigd raken.

Naast acute meniscusblessures zijn er ook meniscusblessures die geleidelijk ontstaan. Dit is een soort van materiaalmoeheid; kleine haarscheuren in de meniscus die op den duur klachten veroorzaken.

Behandeling
Als de combinatie van je klachten en de bevindingen bij lichamelijk onderzoek ondubbelzinnig wijst op een meniscusletsel, hoeft er geen MRI-onderzoek plaats te vinden. Je kan dan direct op de opnamelijst voor een kijkoperatie geplaatst worden. Als een knie echt op slot zit en dit niet verholpen kan worden, moet de kijkoperatie binnen enkele dagen plaatsvinden. Dit om kraakbeenschade in de knie te voorkomen.

kijkoperataie fysio sintmichielsgestelKijkoperatie
Het doel van een kijkoperatie is zo min mogelijk schade aan het kniegewricht toe te brengen en zoveel mogelijk van de beschadigde meniscus (en dus van zijn functie) te behouden.

Tijdens de kijkoperatie verwijdert men het gescheurde gedeelte van de meniscus. Een andere mogelijkheid is dat de chirurg probeert het beschadigde deel te hechten. Dit hangt bijvoorbeeld af van het type meniscusscheur, de plaats waar de scheur zich bevindt, hoe groot de scheur is en andere schade in de knie.

Revalidatieprogramma
Hoe een voetballer er na een kijkoperatie aan toe is verschilt per persoon. Dit hangt onder andere af van het type meniscusscheur, bijkomende schade in de knie (kraakbeen, bandapparaat), de manier van opereren en de reactie op de revalidatie. Het revalidatieprogramma is dus maatwerk en dient zorgvuldig gepland te worden.

Een goed revalidatieprogramma:

  • moet voldoende flexibel zijn
  • heeft realistische doelstellingen
  • moet aangepast worden aan de kenmerken en mogelijkheden van de voetballer
  • vereist teamwork van de chirurg, de voetballer, de fysiotherapeut, de verzorger en de trainer/coach
  • kent geen tijdsdruk
  • behandelaars, trainer/coach en speler moeten goed rekening houden met de reactie van het kniegewricht bij de opbouw van de belasting. Als je overstapt naar een hoger belastingsniveau en je knie doet pijn of zwelt op, blijf dan nog tijdelijk oefenen op het niveau van belasting die je knie goed verdraagt.

Het revalidatieprogramma bij een meniscusoperatie bestaat uit een aantal fasen:

  1. De periode voor de operatie
    Voor de operatie moeten je knie en je spieren in zo’n optimaal mogelijke conditie zijn. Want hoe beter je conditie, des te sneller verloopt je revalidatieproces na de kijkoperatie. In deze fase probeert men daarom de zwelling zo goed mogelijk te bestrijden. Ook wordt bekeken hoe je het best de kracht van je bovenbeenspieren op peil kan houden. En soms kan je via alternatieve trainingsvormen (zoals fietsen en aquajoggen) werken aan je algemene conditie.
  2. De periode direct na de operatie
    Direct na de operatie probeert men voornamelijk de pijn te bestrijden en de zwelling te verminderen. Meestal krijg je in de weken na de operatie ontstekingsremmende en pijnstillende medicijnen. Hierdoor kan je je knie vaak weer sneller normaal bewegen. Ook heb je minder last van zwellingen en krijg je sneller je spierkracht terug. De zwelling wordt verder bestreden met ijspakkingen en elastische drukverbanden. Als de pijn en de zwelling afneemt, krijg je weer een betere controle over je been en kan je een stapje verder gaan in het revalidatieproces.Het herwinnen van de bewegelijkheid in je knie gebeurt in deze fase meestal met behulp van een (sport)fysiotherapeut. Direct na de operatie beweeg je je voort op krukken, waarbij je je knie volledig ontlast. Je mag je knie (met krukken) weer gaan belasten, als:
  • je het been gestrekt kan heffen
  • de pijn en de zwelling bijna geheel weg zijn
  • je voldoende spierkracht en beheersing van je knie hebt
  • als je zonder pijn kan wandelen, mag je de krukken wegdoen (meestal na een tot twee weken). De krachttraining bestaat in deze fase voornamelijk uit statische, spierversterkende oefeningen.

Krachttraining
Als je de statische krachttraining pijnvrij kunt uitvoeren, gaat de fysiotherapeut over naar dynamische vormen van krachttraining. In deze fase doe je eerst oefeningen onbelast in een gesloten keten (o.a. leg press). Vervolgens onbelast in een open keten (leg extension, hamstringcurls) en uiteindelijk ook belast in een gesloten keten (o.a. squatten).

Functionele oefeningen
Als je je knie volledig en pijnvrij kan bewegen en je 4-hoofdige dijbeenspier weer voldoende kracht bezit, mag je beginnen met functionele oefeningen. Functionele oefeningen zijn onder andere fietsen, aquajoggen, balansoefeningen en uitvalspassen.